Nieuws: IMF verwacht Surinaamse economische groei van 7 procent
(DWT) 28/08/2008 Paramaribo - Waar de regering voor 2008 een economische groei van ongeveer 5 procent verwacht, legt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de lat een stukje hoger en voorspelt een groei van 7 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP).
De groei zou voornamelijk komen door een snelle toename van de binnenlandse vraag naar goederen, diensten en kapitaal. Dit zal wel bijdragen aan een hogere inflatie, die eind dit jaar 10 procent zal zijn, stelt het IMF in het dinsdagavond uitgebracht verslag over haar Artikel IV consultatie in Suriname. De consultatieronde waarbij besprekingen zijn gevoerd met de monetaire autoriteiten en andere relevante instituten en personen is op 2 juni afgerond.
Door de sterke prijzen van Surinames exportproducten zal het huidige overschot met ongeveer 3 procent van het BNP stijgen. Aan de andere kant zal de staatsbegroting in vergelijking met 2007 verzwakken, voornamelijk door toegenomen kapitaalsuitgaven. Ook zal de staatsschuld blijven dalen, weliswaar slechts marginaal, stelt het monetair instituut.
Ofschoon het IMF over het algemeen tevreden is met de huidige stand binnen de Surinaamse economie komt het instituut met enkele aanbevelingen. De autoriteiten worden opgeroepen het macro-economisch beleid verder aan te scherpen en wordt onder andere voorgesteld staatsobligaties uit te geven of de kasreservepolitiek te verscherpen. Dit, om kredietgroei naar duurzamere niveaus te brengen. “Een significant strakker fiscaal beleid in 2008 is noodzakelijk om de toenemende vraag naar binnenlands kapitaal te beteugelen”, wordt gesteld.
De IMF-directeuren zijn het er grotendeels met elkaar over eens, dat naarmate versterking van beleid en instituten voortduurt, na verloop van tijd, een grotere flexibiliteit op het stuk van de wisselkoersen is gewenst. Dit zal volgens hen de economie in staat stellen schokken beter op te vangen. De autoriteiten wordt daarom geadviseerd het huidige wisselkoerssysteem te unificeren, omdat dit meerdere wisselkoersen in stand houdt. Ook zijn er aanbevelingen gedaan wat betreft betere beheersing van de staatsbegroting, belastingadministratie en inning, financieel beleid en buitenlandse schuld.
De verbetering van de macro-economie de afgelopen jaren is, zegt het IMF, mede het gevolg van de goede prijzen op de wereldmarkt en een verbeterd economisch beleid. De handelsbalans zou in de periode 2005-2007 zijn gegroeid met ongeveer 30 procent, wat resulteerde in een toename van het reële inkomen met 10 procent. Ondersteund door deze gunstige omstandigheden hebben een verbeterd beleid zoals versterking van de ‘non-mineral balance’, grotere onafhankelijkheid van de Centrale Bank en terugdringing van fragmentatie op de valutamarkt, bijgedragen aan de hogere economische groei, lagere inflatie, omvangrijke ophoping van buitenlandse valuta en een scherpe daling van de staatsschuld afgezet tegen het BNP.
Ofschoon de macro-economische prestaties in 2007 goed waren, werd de inflatie toch meer dan 10 procent, en groeide de economie met naar schatting 5 procent, waarbij zowel de mijnbouw als andere sectoren heel goed hebben gepresteerd. Het ‘external account surplus’ was ongeveer 3 procent van het BNP en namen de internationale reserves toe met meer dan 60 procent. De twaalfmaandsinflatie verdrievoudigde in maart dit jaar naar 13.8 procent, voornamelijk aangewakkerd door de enorme prijsstijgingen voor voedsel en brandstof. Maar ook voor andere goederen is de inflatie sinds november 2007 gestegen. De inflatie stijgt snel, zegt het IMF, omdat de nominale effectieve wisselkoers is gedepricieerd.
Het begrotingssoverschot van 3 procent van het BNP komt vooral door verhoogde belastingen en verbetering bij de inning van inkomstenbelasting, terwijl overheidsuitgaven goed onder controle zijn gehouden. De overheidschuld daalde met 21 procent van het BNP, mede door een vroege aflossing van de NIO-lening bij Nederland, terwijl aflossingsachterstanden bij andere schuldeisers werden weggewerkt.-.
De groei zou voornamelijk komen door een snelle toename van de binnenlandse vraag naar goederen, diensten en kapitaal. Dit zal wel bijdragen aan een hogere inflatie, die eind dit jaar 10 procent zal zijn, stelt het IMF in het dinsdagavond uitgebracht verslag over haar Artikel IV consultatie in Suriname. De consultatieronde waarbij besprekingen zijn gevoerd met de monetaire autoriteiten en andere relevante instituten en personen is op 2 juni afgerond.
Door de sterke prijzen van Surinames exportproducten zal het huidige overschot met ongeveer 3 procent van het BNP stijgen. Aan de andere kant zal de staatsbegroting in vergelijking met 2007 verzwakken, voornamelijk door toegenomen kapitaalsuitgaven. Ook zal de staatsschuld blijven dalen, weliswaar slechts marginaal, stelt het monetair instituut.
Ofschoon het IMF over het algemeen tevreden is met de huidige stand binnen de Surinaamse economie komt het instituut met enkele aanbevelingen. De autoriteiten worden opgeroepen het macro-economisch beleid verder aan te scherpen en wordt onder andere voorgesteld staatsobligaties uit te geven of de kasreservepolitiek te verscherpen. Dit, om kredietgroei naar duurzamere niveaus te brengen. “Een significant strakker fiscaal beleid in 2008 is noodzakelijk om de toenemende vraag naar binnenlands kapitaal te beteugelen”, wordt gesteld.
De IMF-directeuren zijn het er grotendeels met elkaar over eens, dat naarmate versterking van beleid en instituten voortduurt, na verloop van tijd, een grotere flexibiliteit op het stuk van de wisselkoersen is gewenst. Dit zal volgens hen de economie in staat stellen schokken beter op te vangen. De autoriteiten wordt daarom geadviseerd het huidige wisselkoerssysteem te unificeren, omdat dit meerdere wisselkoersen in stand houdt. Ook zijn er aanbevelingen gedaan wat betreft betere beheersing van de staatsbegroting, belastingadministratie en inning, financieel beleid en buitenlandse schuld.
De verbetering van de macro-economie de afgelopen jaren is, zegt het IMF, mede het gevolg van de goede prijzen op de wereldmarkt en een verbeterd economisch beleid. De handelsbalans zou in de periode 2005-2007 zijn gegroeid met ongeveer 30 procent, wat resulteerde in een toename van het reële inkomen met 10 procent. Ondersteund door deze gunstige omstandigheden hebben een verbeterd beleid zoals versterking van de ‘non-mineral balance’, grotere onafhankelijkheid van de Centrale Bank en terugdringing van fragmentatie op de valutamarkt, bijgedragen aan de hogere economische groei, lagere inflatie, omvangrijke ophoping van buitenlandse valuta en een scherpe daling van de staatsschuld afgezet tegen het BNP.
Ofschoon de macro-economische prestaties in 2007 goed waren, werd de inflatie toch meer dan 10 procent, en groeide de economie met naar schatting 5 procent, waarbij zowel de mijnbouw als andere sectoren heel goed hebben gepresteerd. Het ‘external account surplus’ was ongeveer 3 procent van het BNP en namen de internationale reserves toe met meer dan 60 procent. De twaalfmaandsinflatie verdrievoudigde in maart dit jaar naar 13.8 procent, voornamelijk aangewakkerd door de enorme prijsstijgingen voor voedsel en brandstof. Maar ook voor andere goederen is de inflatie sinds november 2007 gestegen. De inflatie stijgt snel, zegt het IMF, omdat de nominale effectieve wisselkoers is gedepricieerd.
Het begrotingssoverschot van 3 procent van het BNP komt vooral door verhoogde belastingen en verbetering bij de inning van inkomstenbelasting, terwijl overheidsuitgaven goed onder controle zijn gehouden. De overheidschuld daalde met 21 procent van het BNP, mede door een vroege aflossing van de NIO-lening bij Nederland, terwijl aflossingsachterstanden bij andere schuldeisers werden weggewerkt.-.