Saturday, December 31, 2005

Artikel: Vooruitzichten voor 2006

(DWT 31/12/2005) Paramaribo - In het afgelopen jaar heeft de belegger in Suriname een breder beeld van de mogelijkheden gekregen. Wat zijn echter de vooruitzichten voor het komende jaar?

De hoogte van de olieprijs (in 2006 waarschijnlijk gemiddeld $58) zal grote gevolgen hebben. Een voorbeeld van een van de gevolgen is de Amerikaanse auto-industrie, die al meerdere winstwaarschuwingen heeft afgegeven. De S&P rating agency heeft General Motors zelfs op een negative credit watch gezet, het voorportaal van faillissement. Dat dit slecht is voor de Amerikaanse economie spreekt voor zich. Het ‘tweede ronde effect’, wanneer bedrijven de olieprijzen doorberekenen aan de consumenten vormt ook een reëel gevaar voor de wereldeconomie. Dit hebben wij tot op heden nog niet gezien als gevolg van de mondiale concurrentie.

Andere grondstoffen hebben in 2005 ook een sterke stijging laten zien. De goudprijs is het hoogst in 20 jaar en zal waarschijnlijk nog verder stijgen. Met de sterke groei van China en India is de vraag naar edelmetalen alleen maar toegenomen. Met name uit India, dat nu al ruim een kwart van al het goud ter wereld koopt, zal de vraag blijven toenemen. Zoals in alle landen is goud in India voor veel mensen een belegging of een manier om hun vermogen te houden in onzekere tijden. Met het toenemen van de welvaart en de bevolking zal de behoefte aan goud, en dus de prijs, alleen maar toenemen.

Naast grondstoffen zal de invloed van valuta ook zeer aanzienlijk zijn in de wereldeconomie. De kracht, of zwakte, van de Amerikaanse dollar is moeilijk in te schatten. Op dit moment is de Amerikaanse rente hoger dan de Europese waardoor de dollar aantrekkelijker is dan de euro. In het afgelopen jaar is de koers van de euro van een top rond $1,35 teruggevallen naar rond $1,20 nu. Zodra de rentetarieven weer dichter bij elkaar komen, zal de dollar weer aan kracht inboeten. Wij verwachten dat de dollar weer zal wegzakken richting $1,33-$1,36 per euro.

De meeste beleggers zullen zich echter focussen op de aandelenmarkt. De koersen op veel beurzen hebben in 2005 een wisselend laten zien. In Amsterdam steeg de AEX in het afgelopen jaar meer dan 20%, terwijl de Dow Jones in New York per saldo slechts enkele procenten is gestegen. Het verschil in deze groeicijfers is te wijten aan verschillende factoren, variërend van rentetarieven en valutasterkte tot stijgende bedrijfswinsten en economische groei.

Het is wellicht nog te vroeg om een duidelijke trend aan te geven. Voor de volgende regio’s hebben wij de volgende verwachtingen:

Voor de VS verwachten wij een vertraging van de economie. De huizenmarkt zal door de rentestijging flink afkoelen, met negatieve gevolgen voor de besparingen en daarmee de consumentenbestedingen. Uiteindelijk heeft dit tot gevolg dat de aandelenmarkten een stap terug zullen moeten zetten.

Europa zal een licht, maar broos herstel laten zien ten opzichte van 2005. Als de Amerikaanse economie smelt zal dit zeer negatieve consequenties voor Europa met zich meebrengen. Denk aan de euro/dollar verhouding. Een daling van de dollar zal betekenen dat de Europese export in elkaar zal storten als gevolg van de relatieve hoge prijzen.

Japan laat eindelijk een groei zien. Een decennia hebben we dit niet gezien. Men gaat eindelijk van een deflatie- naar een inflatiescenario. Met een staatschuld van ruim 1,5 maal het BNP maakt het Japan wel zeer kwetsbaar voor rentestijgingen als gevolg van een inflatoire economie. Afzwakking van de wereldeconomie zal echter voor de Japanse economie en export de nekslag betekenen.

De Emerging Markets (incl China en India) laten een zeer voorspoedige groei zien. De sterke binnenlandse vraag in India en China zal ervoor zorgen dat de productiecapaciteit volledig benut wordt. De landen in Oost Europa en Latijns Amerika profiteren respectievelijk van de toetreding tot de Europese Unie en de boom in de grondstoffenmarkt.

Resumerend:

De werkgelegenheid zal onveranderd slecht blijven in de Westerse Landen (incl. Nederland). Het consumentenvertrouwen zal niet groeien. De bestedingen zullen uitblijven en de winstgroei van bedrijven zal ook tegenvallen. Met een dalende huizenmarkt zou dit wel eens voor negatieve economische ontwikkelingen kunnen zorgen.

De daling van de dollar, stijging van olie en goudprijzen en last but not least stijging van de rente zullen ervoor zorgen dat de starre aandelen- en obligatiemarkten zeer broos zijn. Beide markten staan onder druk en men moet flexibel zijn als men in deze markten wil beleggen.

Wij voorzien de beste kansen voor die Money Managers die maximale flexibiliteit mogen betrachten in hun beleggingsbeleid. Hedgefunds zullen in 2006 de markten ‘outperformen’ ten opzichten van hoger rendement en lager risico.

InCar Trust en Sares Invest wensen u een succesvol en voorspoedig Nieuw Jaar!

© Drs. Robin Bonnerjee, Sares Invest (Robin.Bonnerjee@saresinvest.com) en Drs. Benjamin R.H. Bremmer, InCar Trust (bremmer@incartrust.com)
InCar Trust is het aanspreekpunt voor Sares Invest in Suriname en het Caribische gebied

Saturday, December 17, 2005

Artikel: Suriname offshore

(DWT 17/12/2005) Paramaribo - Het internationale kapitaal stroomt naar investeringen of gebieden waar de rendementen hoog zijn of de risico’s laag. Ook wordt gekeken naar de aanwezige voorzieningen, politieke stabiliteit en juridische waarborgen. Suriname is als financiële markt weinig ontwikkeld. De banken hebben, op RBTT na, weinig aansluiting bij de internationale markt en de aandelenbeurs is klein en weinig liquide. Dit heeft natuurlijk veel te maken met de kleine markt die Suriname is, maar ook met de financiële en politieke stabiliteit, het juridische kader en de visie van de overheid.

Kijken wij naar andere kleine landen, dan zien wij dat een aantal zeer ontwikkelde financiële markten hebben. Luxemburg, dat minder inwoners heeft dan Suriname, heeft een grote bancaire sector en is de vestigingsplaats van veel beleggingsfondsen. Dichter bij huis vinden wij de Bahama’s en de Kaaiman Eilanden met hun honderden banken en financiële dienstverleners. Allen hebben echter één ding gemeen: aantrekkelijkheid voor buitenlands kapitaal.

De succesvolle kleine financiële grootmachten zijn doorgaans zogenaamde ‘offshore’ centra. De term ‘offshore’ is terug te leiden op de Britse Kanaaleilanden, die voor de kust (offshore) liggen. Deze eilanden hebben zich na de Tweede Wereld Oorlog ontwikkeld tot financieel centrum, met name voor Brits en Europees kapitaal. Dit model werd later overgenomen door andere (voormalig) Britse eilanden in de Cariben, maar ook door landen als Monaco en Andorra.

Het succes van een offshore financieel centrum ligt uiteraard in de aangeboden faciliteiten, maar nog meer in het juridisch kader. De meeste offshore jurisdicties kennen een zeer strikte privacy wetgeving en bankgeheim. Een investeerder of rekeninghouder kan er dus van op aan dat zijn financiële gegevens niet beschikbaar worden gesteld aan derden. In het verleden is dit feit door criminelen en witwassers misbruikt, met als gevolg dat de wet en regelgeving is aangepast. Niettemin, blijft de strikte privacy naleving een belangrijke hoeksteen van de offshore sector. Daarnaast is het ontbreken van belastingen een andere reden dat internationaal kapitaal richting de offshore centra vloeit.

De afgelopen jaren heeft Suriname zich in positieve zin ontwikkeld. Politieke en monetaire stabiliteit hebben een gunstig effect gehad op de economie en het imago van het land. Naast de natuurlijke hulpbronnen heeft de toeristische sector zich ontwikkeld tot een belangrijke peiler van de economie. Een kruk heeft echter drie poten nodig om te kunnen staan, zo ook heeft Suriname nog een peiler nodig. Dit zou in breedste zin de dienstensector kunnen zijn, in het bijzonder middels het opzetten van een offshore regime.

Suriname heeft een groot voordeel: het kan leren van de fouten van anderen. Met het opzetten van een offshore regime kan Suriname ook makkelijk de beste elementen met betrekking tot vennootschappen kiezen van bijvoorbeeld de Nederlandse Antillen en de Britse Maagdeneilanden. Ook kan het fouten vermijden die in o.a. Grenada en Nauru gemaakt zijn met betrekking tot offshore banken.

De wetgeving rondom offshore dient echter wel met zorg geïmplementeerd te worden. De rechtspraak moet wel de mogelijkheden hebben om de wet te handhaven en overtreders van de wet dienen hard aangepakt te worden. Indien investeerders een onveilig gevoel hebben, zullen zij snel hun geld elders onderbrengen. In dit verband is het aansluiten van Suriname bij het Caribische Hooggerechtshof een goede ontwikkeling, immers Suriname deelt dan het hoogste rechtscollege met veel andere offshore jurisdicties.

De Surinaamse banken zouden ook van een offshore regime kunnen profiteren. De beperkte groeimogelijkheden in eigen land zouden worden uitgebreid door de mogelijkheid om makkelijker buitenlands kapitaal aan te trekken. Dit geldt niet alleen voor de grote banken, maar zeker voor de kleinere. De lokale economie zou gestimuleerd kunnen worden doordat een deel van het aangetrokken kapitaal weer lokaal wordt uitgezet.

Het verstrekken van offshore banklicenties dient echter wel weloverwogen te gebeuren. In Grenada werden in korte tijd tientallen licenties verstrekt, veelal aan partijen zonder bankervaring met als gevolg een golf van faillissementen en gedupeerde investeerders. Gedegen toezicht door een onafhankelijke toezichthouder is dan ook zeer belangrijk.

De offshore sector kan een sterke impuls geven aan de dienstensector en de economie als geheel. Wil Suriname deze stap maken, dan zal het echter op een weloverwogen en professionele manier moeten worden aangepakt en uitgevoerd.

© Drs. Benjamin R.H. Bremmer, InCar Trust (bremmer@incartrust.com)
InCar Trust is het aanspreekpunt voor Sares Invest in Suriname en het Caribische gebied

Artikel: Het creëren van betere risico/rendementsverhoudingen

(DWT 17/12/2005) Paramaribo - Beleggingsdeskundigen raken er steeds meer van overtuigd dat de afgelopen 2 decennia niet normaal waren. De periode 1982-2000 ging gepaard met een continue dalende rente en daarmee hogere obligatiekoersen en alsmaar stijgende aandelenbeurzen. Het beleggingsbeleid van veel vermogensadviseurs was daarom al bij voorbaat een gemakkelijke opdracht. Met name omdat er in de belangrijkste beleggingscategorieën, aandelen en obligaties, hoge rendementen te halen vielen. De basis van het beleggingsbeleid bij de meeste vermogensbeheerders is de leer van de Moderne Portfolio Theorie. Deze theorie is oorspronkelijk ontwikkeld door Prof. Dr. Markowitz in 1952. Kort samengevat heeft Markowitz aangetoond dat investeerders het risico van hun portefeuille kunnen verkleinen door in verschillende beleggingscategorieën te beleggen. Wat vandaag de dag als logisch schijnt, was toentertijd een openbaring dat mathematisch aangetoond kon worden. Men kan grotere vermogens beter in stand houden door te spreiden in de verschillende beleggingscategorieën: Cash, Aandelen en Obligaties.

De Moderne Portfolio Theorie waar Markowitz de Nobelprijs voor Economie voor heeft gekregen, houdt vandaag nog steeds stand. Grotere institutionele beleggers, voornamelijk in de Verenigde Staten, zijn echter van mening dat de vijftig jarige oude leer aangepast moet worden. Traditioneel beleggen pensioenfondsen, banken, verzekeringsmaatschappijen grotendeels alleen in cash, aandelen, obligaties en onroerend goed.

In een omgeving met hoge verwachte rendementen – na een twintig jarige hausse in aandelen en obligaties – zal men proberen binnen de traditionele beleggingscategorieën meer toegevoegde waarde te behalen door het ‘actieve risico’ gerichter te managen. Beleggers moeten wel op zoek naar nieuwe beleggingscategorieën die het risico/rendementsprofiel verbeteren.

In dit kader probeert Sares Invest als vermogensbeheerder de nieuwe technieken en ideeën op het gebied van vermogensbeheer aan haar cliënten door te geven. Ten eerste heeft Sares Invest gekeken naar grote institutionele partijen die hun beleggingsbeleid gemoderniseerd hebben. De Endowments van Yale en Harvard zijn zulke partijen.

De Endowment van de Universiteit van Yale heeft $ 11 miljard onder beheer en is in 1990 een van de eerste institutionele beleggers geweest die hun beleggingsbeleid hebben aangepast. Concreet werd er minder belegd in aandelen en obligaties en meer in de zogenaamde alternatieve investeringen, zoals Onroerend Goed, Private Equity en Hedgefunds. Doelstelling van deze nieuwe Asset Allocatie is het verminderen van het risico van de totale portefeuille zonder aan het rendement in te boeten. De beleggingsdeskundigen van Yale – en na hen vele anderen- kwamen tot de conclusie dat zij het vermogen van $11 miljard veel efficiënter konden beheren. Doorslaggevend was het feit dat deze beleggingsdeskundigen mathematisch konden aantonen dat het risico (te meten in bewegelijkheid van de portefeuille) veel geringer werd door deze nieuwe categorieën in de portefeuille op te nemen.

Deze bewegelijkheid, ook wel standaard deviatie genoemd, wordt door institutionele beleggers als graadmeter voor risico gezien. Veel beleggers nemen vandaag de dag veel te veel risico met hun vermogen. Te veel traditionele vermogensbeheerder schrijven beleggingsvoorstellen waar een hogere standaard deviatie aan gekoppeld is. Sares Invest heeft als doelstelling de standaard deviatie van portefeuille op gemiddeld 6% te houden. Dit betekent minder bewegelijkheid van de portefeuille en dus veel beter risico management voor de cliënten.

Deze aanpak hoeft niet ten koste te gaan van het rendement. De beleggingsdeskundigen van Yale hebben met hun vernieuwde beleggingsbeleid niet alleen het risico omlaag gebracht maar hebben ook een hoog rendement van ongeveer 17% per jaar behaald sinds 1990.

Wat betekent dit concreet voor de cliënten? Ten eerste adviseert Sares Invest minder in aandelen en obligaties te beleggen en meer in Alternatieve Investeringen. Sares Invest concentreert zich vooral op de investeringen in zeer gerenommeerde hedgefunds Als grote institutionele beleggers als de Endowments van Yale, Harvard in de Verenigde Staten ruim 25% van hun vermogen succesvol in hedgefunds beleggen, waarom dan niet andere beleggers? De Asset Allocatie bij Sares Invest wijkt met een investering van minimaal 25% in hedgefunds daarmee duidelijk af van traditionele vermogensbeheerders. Deze aanpak geeft echter veel betere risico/rendementsverhoudingen voor de cliënten.

Ten eerste wordt de bewegelijkheid van portefeuilles een stuk minder. Vervolgens zijn de portefeuilles schokbestendiger, zodat bij beurscorrecties bijvoorbeeld geen enorme verliezen optreden. Voorts heeft Sares Invest een selectie procedure ontwikkeld waar alleen in de beste hedgefund managers ter wereld belegd wordt. Deze managers hebben bewezen ook zeer hoge rendementen te kunnen behalen in slechte tijden. In het kort: Sares Invest gebruikt verschillende databases waar de meeste obligatie-. Aandelen-, en hedgefondsen worden bijgehouden. Op het gebied van hedgefondsen selecteert Sares Invest uit 8000 managers op basis van een minimale trackrecord van 5 jaar en vermogen onder beheer van minstens $100 miljoen. Sares Invest tracht via kwantitatieve analyse te kijken welke managers het het beste hebben gedaan over verschillende periodes: te weten de laatste 5 jaar, laatste 3 jaar en afgelopen jaar Cruciaal is dat niet alleen naar hoog rendement, maar ook naar laag risico - eerder aangegeven als lage standaarddeviatie- wordt gekeken.

Het uiteindelijke resultaat van deze procedure is een selectie van zo’n 12 hedgefonds managers die aan alle criteria voldoen. Wanneer men belegt in vermogensbeheerders – vooral ook bij hedgefonds managers – moet men natuurlijk kijken naar het management. Sares Invest heeft een uitgebreide due diligence procedure die alle gekozen managers persoonlijk moeten ondergaan. Met andere woorden: directe interviews, controle van de interne en externe accountants, controle van de back office maar bovenal directe inzicht in de beleggingsstrategie en procedures. Ook hier let Sares Invest vooral op het risicomanagement van alle gekozen managers. Wordt er niet te veel leverage (hefboomwerking middels geleend geld) gebruikt? Wat is de kans op drawdowns ofwel periodes van verliezen enzovoorts. De door Sares Invest geselecteerde fondsen voldoen aan alle strenge eisen, bijvoorbeeld ook het feit dat de gekozen managers minstens $100 miljoen onder beheer moeten hebben en een track record van minstens 5 jaar. Er zijn vele hedgefonds managers die 2 of 3 jaar goede resultaten kunnen laten zien, maar weinigen die al 5 jaar of langer goede resultaten kunnen tonen.

In meer dan 80% van de gevallen vallen startende bedrijven binnen 3 jaar om. Bij hedgefondsen is dat niet anders. Men verwacht dat elk jaar gemiddeld 500 hedgefondsen zullen verdwijnen, meestal om economische redenen omdat ze te weinig geld ophalen om alle kosten te dekken. Vandaar dat het zo belangrijk is niet zomaar blindelings in nieuwe hedgefondsen te beleggen. Het selectieproces van Sares Invest biedt daarom een uitstekend hulpmiddel aan beleggers. Deze bewezen selectieprocedure zorgt ervoor dat er enkel in de managers belegd wordt die al lange tijd succesvol zijn en die de beste condities met zich meebrengen om ook in de toekomst succesvol te zijn.

Wat betekent dit alles voor een investeerder?

Ten eerste wordt de totale portefeuille door de toevoeging van hedgefondsen met minstens 20% veel minder bewegelijk. De standaarddeviatie – zoals de Endowments van Harvard en Yale hebben bewezen – wordt drastisch gereduceerd ten opzichte van een traditionele portefeuille. Met andere woorden: de belegger heeft minder risico.

Ten tweede wordt het rendement voor de investeerder verhoogd. Niet alle hedgefondsmanagers kunnen uitstekende resultaten laten zien, maar als men – zoals Sares Invest – een rigoureuze selectieprocedure toepast kan de belegger in aanraking komen met Money Managers die hun vak uitstekend begrijpen en hoge rendementen voor zichzelf en voor hun beleggers halen.

Tenslotte hebben goede hedgefondsen de aangename bijkomstigheid dat ze zowel in goede, als ook in slechte markten positieve rendementen kunnen maken. Zoals eerder vermeld, is de zoektocht naar positieve rendementen na de 18 jarige hausse van 1982-2000 een stuk moeilijker geworden. Goede hedgefondsen kunnen in deze fase van de economische cyclus zeker uitkomst bieden, omdat hun correlatie met de traditionele beleggingscategorieën uiterst gering is. Dus ook hier geldt de boodschap voor een investeerder dat door de toevoeging van goede hedgefondsen in zijn portefeuille zijn kansen op een positief rendement aanzienlijk vergroot worden. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat er steeds meer geld in hedgefondsen wordt geïnvesteerd. Op dit moment wordt er zo’n 1 biljoen Euro in de meer dan 8000 hedgefondsen wereldwijd geïnvesteerd. Toch is dit bedrag slechts een fractie – geschat op nog geen 2% - van het totale belegbare vermogen wereldwijd. De groeicijfers zijn de laatste 10 jaar daarom ook spectaculair. Steeds meer investeerders zijn op zoek naar goede hedgefondsen. Vooral institutionele beleggers in de Verenigde Staten zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, proberen net als de Endowments van Harvard en Yale, de risico/rendementsverhoudingen van hun belegde vermogen te verbeteren. De zeer vermogende families in de Verenigde Staten hadden al langer toegang tot deze exclusieve cirkel van zeer succesvolle Money Managers. De Amerikaanse wetgeving, in het bijzonder de Securities Act van 1933 en de Investment Company Act van 1940, heeft ervoor gezorgd dat de hedgefondsen alleen met institutionele relaties of zeer vermogende particulieren (meer dan $1 miljoen) zaken mogen doen. Bovendien mogen hedgefondsen niet publiekelijk adverteren en mogen ze slechts een beperkt aantal beleggers aantrekken. Anders gezegd: de kleine beleggers werden tot op heden gediscrimineerd. Dit verklaart wellicht ook het feit dat de pers en verschillende overheidsinstanties zich vaak negatief over hedgefondsen uiten, dit terwijl hedgefondsen eigenlijk aan beter risicomanagement kunnen doen dan gewone vermogensbeheerders. Terwijl gewone vermogensbeheerders veel geld voor hun cliënten hebben verloren in de slechte beursjaren, 2000, 2001 en 2002, hebben de goede hedgefondsmanagers zeer goede – in ieder geval positieve – resultaten laten zien. Al die negatieve publiciteit – het steeds weer verwijzen naar de debacles zoals Long Term Capital Management en anderen – staat echter in schril contrast met de realiteit van de markt. De markt investeert elk jaar steeds meer geld in hedgefondsen. Niet alleen institutionele beleggers maar ook steeds meer slimme particuliere managers. Waarschuwingen moeten altijd aan de orde zijn, maar de markt heeft altijd gelijk: er gaat niet voor niets steeds meer geld naar hedgefondsen. Het verbeteren van de risico/rendements verhoudingen van portefeuilles voor de beleggers is te duidelijk om te negeren.

Sares Invest doet dus eigenlijk niets anders dan inspelen op een trend die niet meer is terug te draaien. Het investeren in hedgefondsen is geen tijdelijke hype, maar een wetenschappelijk bewezen verbetering van het invullen van de 50 jarige Moderne Portfolio Theorie. Anders lijkt het moeilijk te verklaren waarom de excellente managers van de Endowments al vanaf 1990 hun Asset Allocatie met hedgefondsen hebben aangevuld. De succesvolle belegger Warren Buffet was uiteindelijk ook een van de eerste hedgefonds managers tussen 1961 en 1970. Deze, op Bill Gates na, rijkste man ter wereld geldt eigenlijk als voorzichtige en conservatieve belegger. Het afdekken van risico’s - het metier van de hedgefondsmanagers- zal zeker tot zijn rijkdom hebben bijgedragen.

Bij de aanschaf van hedgefondsen, maar natuurlijk ook van onder andere beleggingsfondsen, moet een belegger vanzelfsprekend op de kosten letten. Immers, ‘Elke besparing is uw eerste winst’. Te vaak proberen banken en vermogensbeheerders zeer goede fondsen tegen veel te hoge aanschafkosten aan hun cliënten te verkopen. Dit heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat de meeste banken en vermogensbeheerders op transactiekostenbasis leven. Dit geeft onherroepelijk belangenverstrengelingen. Het belang van de cliënt kan namelijk te gemakkelijk uit het oog worden verloren als het belang van de bank via commissie of transactiekosten naar voren komt. Sares Invest heeft daarom ook bewust vermeden om adviezen te verlenen waarbij middels transactiekosten geld wordt verdiend. Sterker nog, Sares Invest heeft, bij de banken en vermogensbeheerders, voor haar cliënten alle (traditionele bank-) kosten tot een minimum uitonderhandeld. Zo kunnen de meeste fondsen bij zo’n 15-tal grote internationale banken wereldwijd voor maximaal 0,2% kosten aan- en verkocht worden. Deze kosten moeten gezien worden als een vergoeding voor een administratieve handeling. In tegenstelling tot de gangbare werkwijze worden alle fondsen tegen de intrinsieke waarde aangekocht. Meeste vermogensbeheerders mogen tot 5% aankoopkosten in rekening brengen. Indien men transactiekosten georiënteerd is zal men zeker minimaal 2% in rekening brengen.

Sares Invest behartigt met deze kostenstructuur de belangen van haar cliënten op een unieke wijze. De banken worden als kluis gebruikt, maar worden verder door Sares Invest gecontroleerd op lage – maar vooral ook op correct aangegeven kosten en transacties.

Deze onafhankelijke manier van handelen geeft Sares Invest vrije keuze van investeringsmogelijkheden zonder belangenverstrengelingen. De cliënten betalen hiervoor 0,5% per jaar aan begeleidingsfee. Deze manier van advisering werkt zeer goed, getuige het feit dat Sares Invest sinds 1999 al meer dan 1,1 miljard aan toevertrouwd vermogen van institutionele en zeer vermogende families heeft opgebouwd.

© Drs Robin Bonnerjee, Sares Invest (saresinvest@incartrust.com)
InCar Trust is het aanspreekpunt voor Sares Invest in Suriname en het Caribische gebied

Wednesday, December 14, 2005

Nieuws: Endemol start activiteiten in India

(Dow Jones 14/12/2006) AMSTERDAM - Endemol start een dochteronderneming in India genaamd Endemol India, meldt de producent van tv-programma’s woensdag.

Op deze manier wil Endemol zijn intellectuele eigendomsrechten in India gaan exploiteren. India is het drieentwintigste land waarin Endemol actief is. Vanaf 2 januari 2006 zal Endemol zijn activiteiten in India starten. Deze worden gevestigd in Mumbai.

Momenteel is Endemol in gesprek met verschillende Indiase omroepen over het produceren van de programmaformats van Endemol voor de Indiase markt.

Saturday, December 03, 2005

Artikel: Duurzaam beleggen

(DWT 03/12/2005) Paramaribo - In Europa en Noord Amerika is het laatste decennium steeds meer interesse ontstaan in duurzaam beleggen. Hieronder verstaat men beleggingen die onder andere worden gedaan in bedrijven of projecten die geen negatieve impact hebben op het milieu of de maatschappij.

Voor velen wordt dit gedaan uit ideële overwegingen, maar steeds vaker blijkt ook dat er een positieve relatie tussen is de duurzame en de financiële resultaten van ondernemingen. Het rendement van investeringen in duurzame bedrijven is veelal gelijk aan het beursgemiddelde. De verwachting is dat op termijn de meeste duurzame beleggingen zelfs een hoger dan gemiddeld rendement gaan opleveren.

Dat is logisch want een goed milieubeleid bespaart grondstoffen en energie. En dus kosten, zeker in een tijd met een olieprijs die voorlopig niet zal zakken. Bovendien worden milieurisico’s en dus toekomstige aansprakelijkheidsrisico’s verminderd. Verder zal een bedrijf met een goed milieu- en sociaal beleid sneller het vertrouwen winnen van overheden en andere belanghebbenden bij uitbreidingen en investeringen.

De meeste beleggers investering op duurzame wijze via een beleggingsfonds. Duurzame beleggingsfondsen onderscheiden zich doordat zij een potentiële belegging eerst beoordelen op een aantal duurzaamheidcriteria en daarna pas naar de financiële resultaten kijken. Dit beoordelen en selecteren is niet eenvoudig en nog volop in ontwikkeling. Vooral de beschikbaarheid van relevante en transparante informatie van bedrijven laat nog vaak te wensen over. De maatschappelijk druk om transparante informatie te leveren wordt echter steeds groter.

Aan de kant van de investeerders was lange tijd geen standaardisatie van de eisen die werden gesteld aan duurzame beleggingen. Een belangrijke ontwikkeling om dit te veranderen, is het Global Reporting Initiative (GRI) dat een wereldwijde standaard behelst waar een duurzaamheidverslag van een bedrijf aan moet voldoen. Dit verslag omvat zowel de milieu- als de sociaal-ethische en economische prestaties van een onderneming.

Beleggingsmogelijkheden

Duurzaam beleggen kan op vele manieren en in vele producten. Een bekend voorbeeld is het houtfonds. In Nederland werden de eerste houtfondsen al in 1989 opgericht. De meeste van deze fondsen beleggen in teakplantages (bijvoorbeeld in Costa Rica). Er was echter veel kritiek op de diverse houtfondsen. Enerzijds omdat de voorspelde rendementen als onrealistisch werden beschouwd, anderzijds omdat het duurzame karakter in twijfel werd getrokken. Zo zou er sprake zijn van monocultuur op de plantages.

Inmiddels is er een internationaal toonaangevend keurmerk ontwikkeld voor duurzaam bosbeheer welke onder beheer staat van het Forest Stewardship Council (FSC). Er zijn verschillende fondsen beschikbaar die beleggen in FSC-gecertificeerde bossen- of bosbouwmaatschappijen. Deze FSC-projecten komen zowel voor in bijvoorbeeld Scandinavische landen als ook in Costa Rica en het Amazone-gebied. Deze fondsen kunnen wel degelijk tot duurzame beleggingsproducten worden gerekend.

Als tropisch land met een steeds beter worden eco-imago zou ook Suriname actief kunnen worden in deze markt. Er zijn voldoende in onbruik geraakte plantages die opnieuw beplant zouden kunnen worden met tropisch hardhout. Hierdoor zou op termijn niet alleen het kappen van het bestaande regenwoud vertraagd of tot stilstand kunnen worden gebracht, het zou er zelfs voor kunnen zorgen dat het beboste oppervlakte van Suriname toeneemt! Daarnaast zou er een duurzame houtkapindustrie ontstaan die, omdat het bijvoorbeeld FSC-gecertificeerd is, hogere prijzen voor haar producten kan vragen op de wereldmarkt.

Fiscale steun

In het Nederlandse belastingstelsel, maar ook in die van andere landen, is groen beleggen vaak vrijgesteld van vermogensheffing en krijgt de belegger ook nog een heffingskorting. Dankzij de fiscus kunnen groene beleggingsfondsen ook een iets lager tarief vragen voor kredieten die zij verstrekken aan milieuvriendelijke projecten, waardoor zij milieuvriendelijke projecten beter kunnen stimuleren.

Het geld uit een groenfonds moet voor minstens zeventig procent worden geïnvesteerd in projecten met een zogeheten groenverklaring. Het resterende deel mag ‘gewoon’ worden belegd. De groenverklaring wordt verstrekt aan projecten die de ontwikkeling of instandhouding van bos, natuur en landschap tot doel hebben, of voor projecten op het gebied van biologische landbouw, duurzame energie en duurzaam bouwen.

Suriname biedt fantastische mogelijkheden voor het opzetten van duurzame bedrijven, in het bijzonder op het gebied van biologische landbouw, duurzame energie (denk aan biomassa) en duurzame bosbouw. Indien de overheid dit ook (fiscaal) faciliteert, kan Suriname veel ‘groen’ kapitaal aantrekken en de economie een duurzame impuls geven.

© Drs. Benjamin R.H. Bremmer, InCar Trust (bremmer@incartrust.com)
InCar Trust is het aanspreekpunt voor Sares Invest in Suriname en het Caribische gebied