Saturday, July 30, 2005

Artikel: Long/Short Hedgefondsen

(DWT 30/07/2005) Paramaribo - De internationale kapitaal markten zijn behoorlijk bewegelijk. De hamvraag is echter: heeft u iets verdiend? Als we de verschillende indexen bekijken dan zal deze vraag voor velen negatief beantwoord moeten worden. De enorme kosten zoals we die in de voorgaande weken hebben besproken, hebben het kleine beetje rendement dat we hebben gemaakt opgesoupeerd. Maar hoe kunnen we dan toch rendement maken? Het antwoord is simpel: iets anders doen dan de markt. Deze week beginnen we met hedgefondsen en dan met name long/short strategie fondsen. Er zijn vele strategieën waar we in latere artikelen verslag van zullen doen.

Fondshuizen hebben vaak uitgebreide researchafdelingen. De grootste vinden we bij bedrijven als Goldman Sachs, Merrill Lynch en ABN Amro. Echter deze partijen worden geregeerd door angst. Laten we vooral niets doen dat anders dan de anderen want stel je voor dat we het slechter doen……

De betere researchafdelingen vinden we vaker bij kleinere organisaties die echt objectief kijken naar de markt. Ze zijn vaak goed in staat om het beste bedrijf uit hun selectie te kiezen maar ook de slechtste. In beleggingsfondsen, oude stijl, wordt met dit laatste gegeven niets gedaan. Hedgefondsen, met name met de Long/Short strategie, maken hier optimaal gebruik van.

Long gaan betekent simpel: aandelen kopen en houden. De doelstelling is om laag in te kopen en hoog te verkopen.

Short gaan: hier wordt geanticipeerd op een dalende markt. De werkwijze is als volgt: Als een investeerder verwacht dat de koers van een aandeel zal gaan dalen leent hij dit aandeel van een bank. Als hij dit aandeel vervolgens heeft zal hij het aan de markt verkopen (stel voor 10 euro). De koers daalt, laten we zeggen 3 Euro naar een nieuwe koers 7 euro. De investeerder koopt vervolgens het aandeel tegen deze lagere koers om het aandeel vervolgens weer aan de uitlener terug te geven. De investeerder heeft het aandeel verkocht voor 10, teruggekocht voor 7 en houdt 3 euro over aan de transactie.

Een voorbeeld van een succesvolle Long/Short equity is het Large Cap Long/Short Europe Equity fund 2. In onderstaande matrix ziet u de cijfers over de afgelopen vijf jaren.

Jaar (%)

jan

feb

maa

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

jaar

cum

2000











0.5

-1.9

-1.4

-1.4

2001

4.6

-6.7

3.6

0.6

-1.2

5.5

-5.4

2.5

-15.7

0.5

10.7

12.1

8.1

6.6

2002

6.4

5.1

11.6

1.5

0.4

-4.4

-5.3

3.5

-10.7

12.8

7.1

-6.1

20.8

28.8

2003

16.0

-5.7

-2.1

2.8

2.2

11.1

2.3

7.0

-1.7

8.8

3.5

0.5

52.3

96.2

2004

8.7

4.5

-1.0

3.1

0.0

1.9

1.1

0.3

3.3

-0.4

3.6

3.0

31.2

157.4

2005

11.2

5.7

2.5

-1.8

7.2

6.6







35.2

248.0

Zoals u ziet, kent dit Long Short equityfund 74% positieve maanden, een gemiddeld rendement van ongeveer 31%, een Sharpe ratio van ruim 4% en een maximale standaard deviatie van 11%. De Sharpe ratio geeft de prestaties van een beleggingsfonds weer, waarbij gecorrigeerd wordt voor risico. De maatstaf wordt berekend door gebruik te maken van de standaarddeviatie en de opbrengst van een fonds boven de risicovrije voet en geeft weer hoeveel rendement er per eenheid risico is behaald. Hoe hoger de Sharpe Ratio, hoe beter de risicogecorrigeerde prestaties van een beleggingsfonds. De Sharpe ratio over een bepaalde periode wordt berekend door de geannualiseerde performance van een fonds te berekenen, daarvan de risicovrije voet over dezelfde periode af te trekken en de uitkomst vervolgens door de standaarddeviatie van de performance van het fonds te delen. De Sharpe Ratio kan worden gebruikt om de prestaties van twee vergelijkbare fondsen te beoordelen. Hoe hoger de Sharpe ratio hoe beter.

Als u zelf belegt, kijk dan naar het gemiddelde rendement over de afgelopen vijf, drie en een jaar. De standaarddeviatie en last but not least de Sharpe Ratio. Sharpe Ratio’s onder de één zijn slecht.

Voor geïnteresseerden, eind september zullen de Private Bankers van Sares Invest weer in Suriname zijn. Indien u een gesprek wenst kunt u dit kenbaar maken door een email te sturen naar onderstaand email adres. Wij nodigen u dan graag uit voor een diepgaander uiteenzetting.

© Drs Robin Bonnerjee, Sares Invest (saresinvest@incartrust.com)
InCar Trust is het aanspreekpunt voor Sares Invest in Suriname en het Caribische gebied

Wednesday, July 20, 2005

News: India Pays Hefty Price to Regain US Investor's Trust

(Bloomberg 20/07/2005) Mumbai - As an excited Bush administration hosts the Indian prime minister, Manmohan Singh, in Washington this week, one can't fail to notice the dramatic shift in U.S. perceptions of India as an investment destination. Nor can one ignore the high price paid by Indian taxpayers to bring about that change.

In four years, the country has gone from being written off as a reckless violator of commercial contracts to being celebrated as an exciting - and safe - bet for U.S. businesses.

In May 2001, a few months before Enron collapsed amid accounting irregularities, its 740-megawatt plant in India had to shut down. The state-owned utility that was its sole customer had stopped paying bills, saying prices were too high. The Bush administration came quickly to Enron's aid. It did not matter to it if the Dabhol Power project was a white elephant for a developing country.

What did count was that the Indian government had guaranteed the investment and was now reneging on its contractual obligations. U.S. officials issued dire warnings that India's clumsy handling of the matter could affect investment flows into the country.

The trouble with India's investment climate, Christina Rocca, U.S. assistant secretary of state, said in a July 2001 speech in New Delhi, was to be summed up in a five-letter word: Enron. If the U.S. government has changed its assessment, that is partly because India's economic prowess is much more evident in the second term of the Bush presidency than it was in 2001. The credit for that goes to the rising visibility of India's computer software and call-center industries.

Besides, the United States needs an ally in Asia as a counterweight to China. Only India fits the bill. Another reason is that companies like General Electric, which became a major party to the Enron dispute by picking up a large chunk of the failed power plant, cannot afford to be shortsighted. GE will not want to lose access to a fast-growing market like India for the sake of one project.

Most importantly, however, the Indian government settled the Enron dispute out of court just days before Singh's U.S. trip. The Enron plant, now fully Indian-owned, will be restarted.

Indian taxpayers will bear the burden of the project, which will cost India 30 percent more than an equivalent new project, according to Prayas Energy Group, a researcher based in the western Indian city of Pune. "This is the cost Indian people and Indian taxpayers are paying for the Himalayan blunder of our political bosses," Prayas analysts said in a June 18 article in Economic and Political Weekly, an Indian journal.

With the Enron dispute out of the way, U.S. diplomatic efforts have moved on to an opportunity that India has zealously guarded from foreign intrusion: its $330 billion retail market. In just two years, India has overtaken Hungary, China, Slovakia and Russia to take the No. 1 slot on the consulting firm A.T. Kearney's 2005 Global Retail Development index, which ranks emerging markets by the size of the opportunity they present to companies such as Wal-Mart Stores, Carrefour and Ikea.

"Liberalization of India's retail sector," David Mulford, the U.S. ambassador to India, wrote in Monday's Wall Street Journal, is a "strategic reform vital to India's future." He added: "International giants like Wal-Mart buy billions of dollars of goods in India annually to sell to foreign consumers. Current Indian law prohibits these same companies from selling goods to consumers in India."

Washington hopes to crack open the Indian retail market, even though India's communist parties, which keep the federal government in power, have asked Singh to refrain from giving a go-ahead to Wal-Mart during his U.S. visit. Singh would be cautious in opening the retail industry, if for no other reason than to avoid the kind of public-relations disaster that can follow when a big-ticket foreign investment goes wrong in a developing country.

Even when Enron filed for bankruptcy in December 2001, Rocca and other U.S. officials were in no mood to overlook the Indian government's failure to restart the unit or to honor its guarantee. "The company name doesn't really matter," Rocca said during an April 2002 visit to India. "The situation was sending signals to the business community that sanctity of contract was not necessarily respected" in India.

Last week, Bechtel Group, the U.S. engineering company that had bought a chunk of Enron's shares in the shuttered Dabhol Power, agreed to sell its entire 42.5 percent stake to an Indian government-backed company that will restart the plant. Bechtel also decided to end litigation with the Indian government.

GE, which owned another 42.5 percent of Dabhol Power, announced July 4 that it too was selling its equity holding in the company and withdrawing all suits, including arbitration claims for as much as $6 billion. Indian lenders have bought out foreign creditors' claims.

Now that India has made peace with the Bush administration by paying for the Enron albatross, Singh will expect a return gift: advanced nuclear technology and support of India's bid for a permanent seat on the United Nations Security Council.

As for opening up the retail industry, Singh's government would do it sooner or later, though India will not be half as desperate for Wal-Mart as it was for Enron.

Saturday, July 16, 2005

Artikel: Kosten, wat doen ze ertoe? Deel 2

(DWT 16/07/2005) Paramaribo - Veel mensen letten op zakelijke kosten. Thuis letten wij ook op de kleintjes. Gek genoeg heeft men vaak geen flauw idee wat men betaalt in de financiële wereld. Alsof dat van geen belang is.

In mijn betoog van 2 juli gaf ik aan dat de gemiddelde vermogensbeheerder/bank gemiddeld 30% van uw rendement ontvangt. Vandaag wil ik bespreken welke invloed de kosten hebben op het risico

Zoals u inmiddels hebt begrepen, is het belangrijkste aspect van beleggen spreiding. Als wij spreiden over de verschillende beleggingsklassen, de verschillende waardetitels per beleggingsklasse en in verschillende waardetitels per regio per beleggingsklasse, dan brengen wij optimale spreiding en daarmee risicomijding aan in de portefeuille.

Als wij voor het gemak alleen kijken naar de Aandelen en Obligaties beleggingsklassen dan zien wij het volgende verschijnsel:

1) Aandelen (100%) Obligaties (0%) Gemiddelde Opbrengst (12,5%) Risico (17%)
2) Aandelen (90%) Obligaties (10%) Gemiddelde Opbrengst (12,4%) Risico (16%)
3) Aandelen (75%) Obligaties (25%) Gemiddelde Opbrengst (11,5%) Risico (14%)
4) Aandelen (50%) Obligaties (50%) Gemiddelde Opbrengst (11,0%) Risico (12%)
5) Aandelen (25%) Obligaties (75%) Gemiddelde Opbrengst (10,0%) Risico (11%)
6) Aandelen (10%) Obligaties (90%) Gemiddelde Opbrengst (9,5%) Risico (11%)
7) Aandelen (0%) Obligaties (100%) Gemiddelde Opbrengst (9,0%) Risico (12%)

(data: CSFB en Ibbotson Associates)

U moet deze tabel als volgt lezen: met een portefeuille van 90% aandelen en 10% obligaties maakt u een gemiddeld rendement (lees: winst) van 12% per jaar met een risico van 16%.

Wat valt op: als u kiest voor een van beide extremen (100% aandelen of 100% obligaties) dan is de verhouding risico/rendement negatiever dan wanneer u ook iets van een andere beleggingsklasse in uw portefeuille opneemt. De conclusie is dus hoe risicowelwillend of risicomijdend u ook bent, het opnemen van alle beleggingsklassen komt uw risico/rendement afweging ten goede.

Terug naar het betoog van vandaag. Waarom maakt het wel degelijk uit wat u moet betalen voor de dienstverlening van uw bank of vermogensbeheerder?

In scenario drie (betoog 2 juli 2005) spraken we van 2,0% aankoopkosten (wisseling elke drie jaar) en een Total Expense Ratio van 1,71. Bij benadering dus een jaarlijkse kostenpost van ongeveer 2,5%. Dit betekent dat u minimaal 2,5% per jaar aan rendement moet verdienen om aan alle kosten te kunnen voldoen. Ter verduidelijking, u heeft dan nog NIETS verdiend.

Wij maken de volgende aanname: u bent 50 jaren jong, uw kinderen zijn bijna het huis uit. Uw financiële verplichtingen zullen niet veel meer stijgen, uw kinderen zijn immers afgestudeerd en zelfvoorzienend. U hebt nog 10 tot 15 jaar in het werkproces te gaan. U wilt ongeveer 10% rendement verdienen om geldontwaarding tegen te gaan en daadwerkelijk ook iets te verdienen aan u zuurverdiende tegoeden. U bent gematigd risico aversief, kortom u belegt conform portefeuille model 5. Uw portefeuille bestaat uit 25% aandelen en 75% obligaties. Het gemiddelde rendement dat u mag verwachten is ongeveer 10% op jaar basis met een risico van 11%. Mooi denkt u, ik zit gebakken.

Mooi niet! U krijgt immers niet de 10% maar 10% minus 2,5% is 7,5% dat is ruim 25% minder dan verwacht.

Willen wij toch die 10% verdienen dan moeten wij dus iets veranderen aan onze portefeuille. Wij moeten om een hoger rendement te maken meer risico nemen. Om ons rendement te verhogen met 2,5% moeten wij ons risico verhogen met 6%. Met andere woorden: om ons rendement met 25% te doen stijgen, moeten wij ons risico 55% doen stijgen.

U voelt al wel aan het niet helemaal eerlijk is. De markten gaan niet alleen maar omhoog en in periodes dat de markten dalen, incasseren de banken en vermogensbeheerders nog altijd hun 2,5% per jaar. U loopt het risico en zij profiteren. Hoge kosten verhogen uw risico!!

Een goede vermogensbeheerder zal transparant zijn als het gaat om kosten en voor u de kosten beperkt willen houden. Want uiteindelijk bepaalt het resultaat onder de streep of u tevreden bent. Vraag uw vermogensbeheerder wat uw kosten zijn. Weet dat u onderhandelingsruimte hebt! Veel succes!

Heeft u vragen, of heeft u onderwerpen die u door ons besproken wilt hebben, mail ons.

© Drs Robin Bonnerjee, Sares Invest (saresinvest@incartrust.com)
InCar Trust is het aanspreekpunt voor Sares Invest in Suriname en het Caribische gebied

Saturday, July 02, 2005

Artikel: Kosten, wat doen ze ertoe?

(DWT 02/07/2005) Paramaribo - Veel mensen letten vaak op zakelijke kosten op het werk. Thuis letten we ook op de kleintjes als het gaat om de dagelijkse boodschappen. Gek genoeg heeft men vaak geen flauw idee wat men betaalt in de financiële wereld.

Vandaag zal ik in mijn betoog aangeven welke kosten er te differentiëren zijn. En waarom kosten wel degelijk zeer belangrijk zijn voor uw investeringen en beleggingen.

Voordat we u uitleggen waarom kosten wel degelijk van belang zijn zullen we eerst de verschillende kosten met u doornemen;

Transactiekosten. Dit zijn de kosten die u maakt als u een aandelenfonds, obligatiefonds of andere soort fonds aan- of verkoopt. Deze liggen in een range van 0,20% tot en met 5,00%. De hoogte van de transactiekosten ligt enerzijds aan de grootte van de portefeuille en anderzijds aan uw onderhandelingsvaardigheden.

Bewaarloon. De kosten die het fonds vroeger maakte om uw waardetitels te bewaren op veilige plekken (kluizen) en te verwerken (coupon of dividenden). Deze liggen in de range van 0,04% tot en met 0,20%. Heden ten dage gaat alles via de computer dus zijn deze kosten eigenlijk pure winst voor de banken. Jammer genoeg wil men er niet van af. Uiteraard geld dit totdat u dreigt uw vermogen naar een andere bank over te hevelen, dan willen ze nog wel serieuze kortingen geven.

Interne transactie kosten. Dit zijn de transactiekosten die de fondsen intern maken om namens de investeerders in het fonds te handelen. Dus als een aandelenfonds aandelen koopt en verkoopt binnen het fonds dan worden hier transactiekosten voor berekend. Deze kunnen liggen tussen de 0,05% en 2,00%. Dit is een gegeven waar de investeerder niets aan kan doen maar waaruit je wel kan afleiden of de fondsmanager het belang bij het uiteindelijke rendement legt of bij zijn transactie inkomsten. Sommige fondsmanagers rekenen maximaal 2,0% per transactie. Je zou je soms kunnen afvragen of er gehandeld wordt om te handelen of om rendement te genereren.

Management fee. Hiermee wordt bedoeld de beloning voor het beheren van het fonds. Deze liggen in de range van 1,0% tot en met 3,5%. De meeste fondshuizen doen hier altijd zeer mysterieus over. Ze willen hier geen transparantie ingeven. Kosten voor administratie, accountant en marketing worden hier vaak buiten gelaten. Deze komen vaak bovenop eerder genoemde kosten. Veel fondshuizen laten de buitenwacht niet graag zien hoeveel ze verdienen aan het beheren van een fonds. Neemt u maar van ons aan dat zij de afgelopen 5 jaren niets verloren hebben.

Performance fee. Dit zijn kosten die berekend worden over de winst die het fonds boven een referentiepunt genereert. Bijvoorbeeld 20% boven 4% is een regelmatig gebruikte rekenregel. Dit houdt in dat als een fonds 12% rendement maakt u als belegger naast eerdergenoemde kosten tevens een fee moet betalen van 1,6% (12% - 4%= 8,0%, 20% van deze 8,0% = 1,6%). De fondsmanagers moeten vaak verplicht een gedeelte van hun inkomen en bonussen in het fonds houden. Hiermee bewerkstelligt het huis dat men dezelfde doelstellingen heeft als de investeerders.

Invloed van Kosten op Rendement

Rendement is niets anders dan Bruto opbrengst minus kosten. Dus als onze kosten zo laag mogelijk worden gehouden dan is ons rendement zo hoog mogelijk. Vraag altijd naar de ‘TER-ratio’. Dit staat voor Total Expense Ratio’. Dit is een ratio die de totale kosten naast de transactiekosten en bewaarloon aangeeft. Als we allereerst kijken naar de invloed van de aankoopkosten dan zien we het volgende effect:

Scenario 1:

Stel we kopen ter waarde van 100.000 Euro Merrill Lynch US valuefund (gemiddelde groei 5,1% per jaar (laatste vijf jaar), geen transactiekosten en geen jaarlijkse kosten) dan zal de investering in 20 jaar uitgroeien tot 270.430 Euro.

Scenario 2:

Stel we kopen ter waarde van 100.000 Euro Merrill Lynch US Valuefund (gemiddelde groei 5,1% per jaar (laatste vijf jaar), 2,0% transactiekosten (aanname elke drie jaar wisselen) en geen jaarlijkse kosten) dan zal de investering in 20 jaar uitgroeien tot 234.767 Euro.

Scenario 3:

Stel we kopen ter waarde van 100.000 Euro Merrill Lynch US valuefund (gemiddelde groei 5,1% per jaar (laatste vijf jaar), 2,0% transactiekosten (aanname elke drie jaar wisselen en 1,71 TERkosten) dan zal de investering in 20 jaar uitgroeien tot 187.078 Euro.

Met andere woorden de kosten hebben bij hetzelfde resultaat (5,1%) 83.352 euro opgesoupeerd. (270.430-187.078) oftewel 30,8%. U investeert, u loopt risico op verlies maar 1/3 van het resultaat gaat naar de fondsmanager. Voor de fondsmanager de beste belegging ooit. Geen risico maar wel winst!!

In ons volgende artikel zullen wij de invloed van kosten op het Risico (zie ons vorig artikel) verklaren

Een goede vermogensbeheerder zal transparant zijn als het gaat om kosten en voor u de kosten in hand willen houden. Want uiteindelijk bepaalt het resultaat onder de streep of u tevreden bent. Vraag uw vermogensbeheerder wat uw kosten zijn. W eet dat u onderhandelingsruimte hebt! Veel succes!

Heeft u vragen, of heeft u onderwerpen die u door ons besproken wilt hebben, mail ons.

© Drs Robin Bonnerjee, Sares Invest (saresinvest@incartrust.com)
InCar Trust is het aanspreekpunt voor Sares Invest in Suriname en het Caribische gebied